Hieronder leest u het een en ander over het karakter en het uiterlijk van de Noorse Boskat. Hierbij moet u zich realiseren dat geen enkele Noorse Boskat hetzelfde is. Hun karakter wordt niet alleen gevormd door erfelijke factoren, maar zeker ook door de socialisatieperiode die ze bij de moederpoes en de fokker doormaken. Uiteindelijk hebben ze allemaal een eigen karakter en geschiedenis, wat ze maakt tot wie ze zijn.
De Noorse boskat is een oud kattenras. Ontstaan door een natuurlijke selectie. Alleen de sterkste kat met de dikste, watervaste vacht kon overleven in het harde en koude klimaat van Noorwegen.
In Noorwegen is de Noorse boskat officieel het nationale dier. Toen het ras in 1977 officieel werd erkend was het groot nieuws en kwam het in het gehele land op televisie en in de kranten. De Noren zijn erg trots op ‘hun’ authentieke oorspronkelijke kattenras.
De Noor is een vrij grote kat met een dubbele vacht. Een dikke, wollen ondervacht en een gladde, wat vettig aanvoelende dekvacht. In het voorjaar verliest de Noorse boskat veel haar waardoor hij er uit kan zien als een kortharige kat. In de herfst komt de vacht weer terug en heeft de Noorse boskat een volle kraag, veel haar op de flanken en achterpoten (de “broek”) en een volbehaarde pluimstaart. Katers wegen gemiddeld 5 tot 8 kilo en poezen zo’n 3 tot 6 kilo. Ze hebben stevige botten en zijn gespierd. Het duurt gemiddeld 2 à 3 jaar voordat een Noorse boskat volledig lichamelijk is uitgegroeid.
